Begrippenlijst

Begrippenlijst

De uitleg van deze begrippen is toegespitst op het huurrecht.

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

a contrario(vanuit het tegenovergestelde) is een argumentatievorm waarbij een stelling wordt verdedigd door de stelling om te keren (er de negatie van te poneren) en dan te argumenteren dat deze negatie zeker niet juist is.

voorbeeld: "Jan houdt van Els. Als dat niet zo was, dan was hij er zeker nooit mee getrouwd

Aanbod
Een uitnodiging om een wilsovereenstemming aan te gaan. Als het aanbod aanvaard wordt, is er wilsovereenstemming en daarmee een overeenkomst. Het aanbod kan in het algemeen worden teruggetrokken vóór de aanvaarding en een vrijblijvend aanbod zelfs nog onmiddellijk na de aanvaarding.

Aanmanen
Een schriftelijk stuk waarin de schuldenaar wordt verzocht binnen een bepaalde termijn een vordering aan de schuldeiser te voldoen. Voldoet de schuldenaar niet binnen de gestelde termijn, dan komt hij in toestand van verzuim.

Aanvullend recht
de wetgever geeft regels van regelend recht omdat hij meent dat partijen een dergelijke oplossing gwild zouden hebben als zij er aan hadden gedacht. Partijen zijn bevoegd om van deze regels af te wijken

Aard- en nagelvast
Duurzaam verenigd met een erf of gebouw.Voorwerpen die aard- of nagelvast zijn verbonden worden beschouwd als onroerende zaken. Er moet sprake zijn van een zodanige hechte verbinding dat losmaken niet mogelijk is zonder breken of beschadigen.

Absolute competentie
Hierbij moet worden gekeken welke rechter bevoegd is om over de zaak te oordelen. Voor alle huurzaken is de rechtbank, sector kanton, in eerste aanleg bevoegd over de zaak een oordeel te geven, ongeacht de hoogte van de vordering. Met uitzondering van huur- en arbeidszaken is de rechtbank, sector kanton, bevoegd vorderingen te behandelen tot € 25.000. Voorts worden vorderingen in verband met consumentenkrediet tot een bedrag van € 40.000 in het vervolg door de sector kanton behandeld. De redactie van artikel 93 RV kan wat betreft de vorderingen verbandhoudende met consumentenkrediet tot verwarring leiden. De grens van € 40.000 wordt echter bepaald door artikel 3 van de Wet op het consumentenkrediet. In deze wet staat dat de regeling van de wet op het consumentenkrediet niet van toepassing is voor krediettransacties, waarbij de kredietsom meer dan € 40.000 bedraagt. Als dat zo is (dus de transactie beloopt een hoger bedrag dan € 40.000), is er dus geen sprake van een krediettransactie als bedoeld in de Wet op het consumentenkrediet en is de sector kanton niet bevoegd een oordeel over het geschil te geven.

Absorptieregel
Eén contractstype is overheersend met het gevolg dat de regels van dit contract toegepast moeten worden. Een voorbeeld hiervan is een huurovereenkomst en een overeenkomst tot verstrekking van maaltijden in een zorginstelling. De overeenkomst tot het verstreken van maaltijden kan niet los worden gezien van de huurovereenkomst. Opzegging van dat zorgcontract leidt tot opzegging van de huurovereenkomst.

Aedes
Aedes is een overkoepelende organisatie voor woningcorporaties. Aedes is gesprekspartner namens haar leden in onder meer politiek Den Haag. Lidmaatschap van Aedes biedt woningcorporaties de mogelijkheid invloed uit te oefenen op de beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en besluitvorming van de branchevereniging en daarmee het landelijk beleid van de volkshuisvesting.

Afhankelijke (bedrijfs) woning
De woning die bij bedrijfsruimte is verhuurd en die onder het huurregime van bedrijfsruimte valt.

Akte
Onder een akte wordt verstaan een processtuk dat een korte mededeling, zoals een enkele erkenning of ontkenning, een bewijsaanbod, de aankondiging van een productie of een reactie daarop bevat.

Algemene voorwaarden
Ook wel standaardvoorwaarden genoemd. Dit zijn uniforme bedingen die de gebruiker als bijlage bij soortgelijke huurovereenkomsten betrekt. Deze voorwaarden zijn voor de desbetreffende categorie dan veelal identiek. De standaardvoorwaarden voor woningen en bedrijfruimten verschillen van elkaar. Algemene voorwaarden kunnen worden vernietigd als zij als onredelijk bezwarend zijn, of in strijd zijn met een wettelijke regeling. De verhuurder van bedrijfsruimte heeft meer mogelijkheden aanvullende regelingen vast te leggen die in het nadeel van de huurder zijn, aangezien door de wet meer regels ter bescherming van de huurder van woonruimte zijn geformuleerd dan voor de huurder van bedrijfsruimte. Een consument of een klein bedrijf (kleiner dan 50 mensen) kan zich op de onredelijkheid van de voorwaarden beroepen.

All in-huurprijzen
Indien partijen één prijs zijn overeengekomen, waaruit het onderscheid tussen huurprijs en servicekosten niet is af te leiden.

ambacht
Een '''ambacht''' is handwerk dat wordt aangeleerd om een beroep mee uit te oefenen.

De ambachten kunnen worden onderverdeeld in:

Traditionele ambachten. Bijvoorbeeld: klompenmaker, touwslager, mandenvlechter, bezembinder. Sinds de industrialisatie zijn deze ambachten vrijwel uitgestorven. Vaak worden ze nog slechts beoefend als demonstratie voor een museumpubliek, bijvoorbeeld in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem.

''Hedendaagse ambachten'' - Bijvoorbeeld: timmerman, metselaar, smid, bakker (beroep)bakker, slager.

Appèl
Een ander woord voor hoger beroep. Dat stelt men in als men het met de inhoud van een vonnis niet eens is. Degene die beroep instelt wordt appellant genoemd, de gedaagde heet geappelleerde, of geïntimeerde.

Arrest
Uitspraak van gerechtshof of van de Hoge Raad.

Arrondissementsrechtbank
Gerecht in een arrondissement, meestal rechtbank genoemd. Er zijn negentien arrondissementen en dus negentien rechtbanken. Huurzaken worden behandeld in een afdeling van de rechtbank, zijnde de sector kanton.

Betekening
Uitreiking van een gerechtelijk of ambtelijk stuk door een in de wet aangegeven persoon (deurwaarder). De deurwaarder tracht dit stuk aan de betrokkene zelf te geven. Als dit niet lukt dan wordt het stuk aan het woonhuis van de betrokkene zelf achtergelaten, of per post door de deurwaarder naar de geadresseerde gestuurd.

Bestanddeel
Een onderdeel van een bepaalde zaak volgens verkeersopvatting (bijvoorbeeld een cv-installatie in een huis).

Bewijspositie
Degene die iets stelt moet volgens artikel 150 RV ook het bewijs van zijn stelling leveren. In beginsel kan het bewijs door alles worden geleverd. De voornaamste middelen zijn schriftelijk bewijs of bewijs door getuigen en verder door gerechtelijke plaatsopneming, deskundigenbericht, foto’s.

Brengschuld
Een schuld die door de schuldenaar bij de schuldeiser moet worden afgeleverd. Het betalen van huur is een brengschuld.

Boetebeding
Een bepaald beding in de overeenkomst en/of de bij de overeenkomst behorende algemene voorwaarden op grond waarvan de verhuurder van de huurder een boete bij overtreding kan opeisen. De boete kan zijn verschuldigd als de schuldenaar in toestand van verzuim is geraakt. De toestand van verzuim kan ontstaan na ingebrekestelling en niet voldoen van de verplichting binnen de in deze brief gestelde termijn, of kan van rechtswege ontstaan.

Bodemprocedure
Een bodemprocedure is de procedure waarin door de rechter een geschil definitief wordt beoordeeld. Meestal staat na een beslissing nog de mogelijkheid van hoger beroep open. Het financiële belang voor het instellen van hoger beroep dient tenminste het bedrag van € 1750,- te luiden.

Cassatie
Vernietiging door de Hoge Raad van uitspraken van lagere rechters waartegen beroep is ingesteld. De Hoge Raad beoordeelt of het recht goed is toegepast en doet geen onderzoek naar feiten.

Cessie
Wisseling van schuldeiser; de overdracht van een vordering op naam door een schuldeiser (de cedent) aan een derde (de cessionaris). Cessie moet schriftelijk geschieden en de schuldenaar (de debitor cessus) moet er van op de hoogte worden gesteld. Zolang dit niet is gebeurd kan de schuldenaar nog aan de oude schuldeiser betalen.

Conclusie
Onder een conclusie wordt verstaan elk processtuk dat dieper op de inhoud van het geschil ingaat dan hiervoor bedoeld.

Comparitie
Het verschijnen van partijen voor de rechter om aan deze inlichtingen te verschaffen of om te bezien of partijen tot een schikking zijn te bewegen.

Contractsvrijheid
De vrijheid dat men vrij is de overeenkomsten te sluiten die men wil en de inhoud hiervan zelf te bepalen.

Codificatie
Systematisch bijeenbrengen in wetboeken van al het recht op een bepaald gebied.

Conventie
Vordering van eisende partij in een burgerlijk rechtsgeding; als de wederpartij in dezelfde procedure ook een vordering indient wordt dit de procedure in reconventie genoemd.

Conversieregel
Door de conversie regel wordt een formeel onjuiste (nietige) handeling omgezet in een formeel juiste handeling als hierdoor de belangen van beide partijen niet wordt geschaad of als het oproepen van een dergelijke regel alleen vertraging kan veroorzaken, maar de gevolgen niet tegen kunnen houden. Bijvoorbeeld: een onjuiste termijn van opzegging wordt omgezet in een juiste termijn van opzegging.

Coöptatierecht
Het recht van de achterblijvende huurders om een nieuwe huurder te kiezen.

Descente
Gerechtelijke plaatsopneming. De rechter stelt zich op de hoogte van feiten en omstandigheden die met de zaak te maken hebben.

DEAB-woning
DEAB is een afkorting voor: diensten van algemeen economisch belang: diensten van algemeen economisch belang.
De Woningwet geeft in artikel 1 een nadere omschrijving van dit begrip:
a. artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en
b. het besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 (PbEU 2012, L 7) betreffende de toepassing van dat lid op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
Onder DEAB-woningen vallen alle gereguleerde huurwoningen. Onder de DAEB vallen dus: alle woningen met een huur onder de liberalisatiegrens en alle woningen met een huur daarboven die een gereguleerd contract hebben, waaronder de woningen die bij aanvang een huur hadden onder de toenmalige liberalisatiegrens. Als woning wordt verhuurd met een huurprijs boven de liberalisatiegrens, dan wordt deze woning niet als een DEB-woning aangemerkt. Als maatschappelijk vastgoed niet meer aan de gebruikscriteria voldoet, dient het niet langer als DAEB te worden aangemerkt.

(Deurwaarders) exploot
Een schriftelijke mededeling door een deurwaarder, waarvan door deze een akte is opgemaakt.

Dienstwoning
De werknemer heeft de aan de werkgever toebehorende woning nodig ten behoeve van de uitoefening van zijn functie. Het recht op bewoning eindigt bij beëindiging van de dienstbetrekking. Het gebruik van de dienstwoning staat veelal als eis aan de functie in de arbeidsovereenkomst vermeld. Er hoeft niet sprake te zijn van een arbeidsovereenkomst. Het is van belang of de woning ter beschikking is gesteld met het oog op de aard van de te verrichten werkzaamheden en het bewonen van de woning dus behoort tot de uit de werkzaamheden voortvloeiende verplichtingen en de bewoning in belangrijke mate bijdraagt, althans kan bijdragen aan een goede taakvervulling. Daaraan doet niet af dat al vóór het ter beschikking stellen van de woning werkzaamheden van dezelfde aard door betrokkene werden verricht. Er is ook niet slechts sprake van een dienstwoning wanneer er tevens sprake is van een arbeidsovereenkomst. De verplichting om in een bepaalde woning te ‘moeten’ wonen, gaat overigens niet zover dat pas van een eigenlijke dienstwoning gesproken kan worden indien het bewonen van de woning noodzakelijk is voor een goede vervulling van de werkzaamheden door de bewoner. Het wordt voldoende geacht als het bewonen van de woning een goede vervulling van de werkzaamheden bevordert. De verplichting om in het kader van de uit te voeren werkzaamheden de woning te bewonen hoeft niet schriftelijk vastgelegd te worden. Uit feiten en omstandigheden kan ook worden herleid dat op enig moment gedurende de werkzaamheden de verplichting ontstaat dat een werknemer en-of vrijwilliger, etc. in een bepaalde dienstwoning moet gaan bewonen. Daarnaast is beslissend de vraag of de (objectieve) situatie het praktisch bezwaarlijk maakt dat de woonruimte door een ander dan de huurder van de bedrijfsruimte wordt bewoond (Hoge Raad 26 november 2004, WR 2005, 13). In een dergelijk geval kan er niet sprake zijn van een dienstwoning. ( ECLI:NL:RBARN:2010:BK8814) De bewoner van een dienstwoning heeft geen recht op huurbescherming.

Discretionaire bevoegdheid
Binnen het kader van de wet heeft de rechter de bevoegdheid de zaken naar eigen inzicht af te handelen.

Dringend eigen gebruik
De verhuurder meent het gehuurde zelf nodig te hebben. In een dergelijke procedure moet de verhuurder van woonruimte zijn dringende noodzaak aantonen, de belangenafweging moet naar de verhuurder doorslaan en er moet passende vervangende woonruimte voor de verhuurder aanwezig zijn. Aan alle drie de eisen moet worden voldaan om met succes beroep op deze opzeggingsgrond te kunnen doen. Voor huurbeëindiging van bedrijfsruimte geldt dat de verhuurder aannemelijk moet maken dat de kring van personen waarvoor deze mogelijkheid is mogelijkheid van opzegging in het leven is geroepen de bedrijfsruimte dringend nodig heeft. Een belangenafweging hoeft bij bedrijfsruimte niet te worden toegepast. De vordering is dus ook toewijsbaar als de verhuurder daarbij geen eigen belang heeft. De regeling voor bedrijfsruimte verschilt dus aanmerkelijk van de regeling met betrekking tot woonruimte. Op grond van 7:296 lid 3 BW kan er door de verhuurder van bedrijfsruimte nog een beroep worden gedaan op een algemene afweging van belangen.

Dwaling
Een verkeerde veronderstelling van zaken waarvan iemand is uitgegaan toen hij de overeenkomst sloot, die hij onder juiste voorstelling van zaken niet zou hebben gesloten.

Dwingend recht
Partijen zijn niet vrij om van de wettelijke regeling af te wijken. Doet men dat toch dan zijn de gemaakte afspraken nietig, of vernietigbaar. De wettelijke regeling geeft aan welk effect overtreding van een wettelijke bepaling heeft. Overtreding van de wettelijke regeling kan het gevolg hebben dat deze afwijking nietig of vernietigbaar is.


Eenzijdige rechtshandeling.
Een eenzijdige rechtshandeling brengt al rechtsgevolg met zich mee door de openbaring van de wil van één partij. Voor een eenzijdige rechtshandeling is er dus geen wilsovereenstemming van een andere partij te bestaan om effect te sorteren. De opzegging is daarom een mooi voorbeeld voor een eenzijdige rechtshandeling. Een ander voorbeeld van een eenzijdige rechtshandeling is een testament.

Eindafrekening
Een overzicht aan definitieve servicekosten dat de verhuurder van woonruimte uiterlijk zes maanden na het daar voorafgaande boekjaar aan de huurder toe moet sturen. Doet de verhuurder dit niet of te laat, dan loopt hij kans dat het vorderingsrecht is verwerkt. Voor bedrijfsruimte is geen wettelijke regeling vastgelegd. Voor de gemaakte afspraken dient het huurcontract als basis van de over en weer vastgelegde verplichtingen.

Executeren van een vonnis
De deurwaarder zorgt voor ten uitvoerlegging van een vonnis. De fase vangt aan met de betekening van het vonnis. Alle daarop volgende handelingen van de deurwaarder vallen onder de executie van het vonnis.

Executiegeschil
Een voorbeeld: Er is sprake is van een ontruimingsvonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. De huurder wenst ontruiming van de woning te voorkomen hangende een hoger beroep procedure. De rechter kan in kort geding beslissen over de rechtmatigheid van de executie.

Exoneratiebeding
Een beding in een overeenkomst waarbij een partij haar aansprakelijkheid voor eventuele tekortkomingen in verplichtingen voortvloeiende uit de uitvoering van de overeenkomst geheel of gedeeltelijk uitsluit.

Forfaitaire vergoeding
Forfaitair wil zeggen "vast bedrag". Bijvoorbeeld het bedrag dat door het Ministerie van Binnenlandse zaken wordt voorgeschreven als een huurder van woonruimte in verband met renovatiewerkzaamheden dient te verhuizen.

Ex nunc
Als de rechter de actuele situatie beziet tijdens de toetsing van een bezwaarschrift betreft het een heroverweging ex nunc, de rechter kijkt dan naar de huidige omstandigheden

Ex tunc
Beoordeling ex tunc is een beoordeling naar de situatie die bestond op het moment dat de huurovereenkomst werd gesloten.

Franchiseovereenkomst
Franchising is een vorm van samenwerking tussen zelfstandige ondernemingen. De franchisegever laat de franchisenemer tegen een vergoeding gebruik maken van commerciële instrumenten, producten en diensten. Franchisenemers maken bijvoorbeeld gebruik van een bestaande handelsnaam, merknaam, reclame, inrichting en formule van de franchisegever. De bedrijven presenteren zich hiermee op dezelfde manier. Franchising is niet specifiek in de wet geregeld. Wel zijn er naast het burgerlijke recht enkele specifieke wetten van belang zoals de Mededingingswet (bepaalde afspraken over prijs, marktgebied en afnameverplichtingen zijn niet toegestaan), de Handelsnaamwet en de Benelux Merkenwet.

Gehengen
Dulden, lijdelijk moeten toezien, gedogen.

Geliberaliseerde woonruimte
Een huurovereenkomst is geliberaliseerd als het gaat om een zelfstandige woonruimte waarvan bij begin van de bewoning een huurprijs gold die boven de toen geldende liberalisatiegrens ( bijlage I bij de circulaire "Huurprijsbeleid voor de periode 1 juli 2014 tot en met 30 juni 2015") lag. Bovendien moet de huurovereenkomst op of na 1 juli 1994 tot stand zijn gekomen.
De regering bevordert dat goedkopere huurwoningen weer een lagere huurprijs krijgen indien zij worden toegewezen aan huishoudens met een lager inkomen. Dit uitgangspunt wordt gedeeltelijk losgelaten voor huurovereenkomsten die tussen 1 juli 1989 en 1 juli 1994 zijn gesloten. De huurprijsliberalisatie geldt immers niet voor huurovereenkomsten die die tussen 1 juli 1989 en 1 juli 1994 tot stand zijn gekomen, waarop de interim-huurliberalisatiemaatregel van toepassing was.

Onder deze interim-maatregel, van kracht van 1 juli 1989 tot 1 juli 1994, zijn de zelfstandige woningen geliberaliseerd die voor het eerst op of na 1 juli 1989 werden bewoond en waarvan bij de aanvang van de bewoning een huurprijs was overeengekomen, die uitsteeg boven de huurliberalisatiegrens. Dit geldt ook voor woonruimte verbouwde bergingen met een huurprijs boven de liberalisatiegrens (Ktr. Amsterdam 26 augustus 1997, WR 1999, 4).
Voor al eerder gerealiseerde woonruimte, die ook al eerder is verhuurd, geldt dat deze woonruimte onder het regime van niet-geliberaliseerde woonruimte valt ook als de huurprijs boven de liberalisatiegrens ligt. Woonruimte met een huurprijs onder de liberalisatiegrens valt altijd onder het regime van niet-geliberaliseerde woonruimte.

Gedekt verweer
Eeen gedekt verweer is prijsgegeven verweer. In hoger beroep mag een nieuw verweer ten principale gevoerd worden, tenzij dit in eerste aanleg werd gedekt. Het prijsgeven moet met zekerheid kunnen worden afgeleid uit de processuele gedraging of houding van de verweerder in de eerste instantie.

Gemengde overeenkomsten
Men spreekt van een gemengde overeenkomst indien deze de kenmerken heeft van verschillende soorten overeenkomsten; bijvoorbeeld huur en koop, huur en opdracht, huur en arbeid (dienstwoning), huur en geldlening, etc. Niet bepalend is of de rechtsverhouding van partijen belichaamd is in een samenstel van documenten of slechts in één.

Hoge Raad (HR)
Nederland heeft diverse rechtsprekende instanties. De Hoge Raad is het hoogst rechtsprekende college. Deze instantie is heel belangrijk voor de rechtsontwikkeling in Nederland. Er is één Hoge Raad. De instantie behandelt namelijk voornamelijk cassatie verzoeken. Een cassatieverzoek is een verzoek van een procespartij om een uitspraak die in een hoger beroep zaak is gedaan te toetsen op wijze waarop het recht is toegepast. Degene die cassatie instelt kan niet stellen dat de feiten niet kloppen, maar stelt dat op basis van de feiten het recht verkeerd is toegepast.

Hoofdelijke aansprakelijkheid
Partijen kunnen ieder voor het geheel worden aangesproken. De betaling door de één doet de vordering te niet gaan. De ene partij kan dan wel een regresrecht op de andere partij hebben.

Hoofdverblijf
De plek waar men regelmatig eet, slaapt en verblijft. Dit hoeft niet de echtelijke woning te zijn.

Huisvestingsvergunning
In sommige gemeenten is een vergunning voor het in gebruik geven en nemen van een woning vereist (bijvoorbeeld Amsterdam). De huisvestigingsvergunning is gebaseerd op een huisvestigingsverordening. De achterliggende reden is dat het woningbestand op eerlijke wijze moet worden verdeeld en dat de diverse bevolkingsgroepen gelijk over de stad worden verdeeld.

Huisvredebreuk
Tegen de wil van een bewoner wordt een woning binnengedrongen en daarmee het huisrecht geschonden. Een verhuurder mag niet onaangekondigd en zonder toestemming van de huurder het gehuurde betreden.

Huishoudinkomen in verband met inkomensafhankelijke huurverhoging
Het huishoudinkomen bestaat uit het gezamenlijk verzamelinkomen van de huurder en de overige bewoners van de woning van 2 kalenderjaren eerder. Het verzamelinkomen is het gezamenlijke bedrag van het inkomen uit werk en woning (box 1), het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Voor de samenstelling van het huishouden is bepalend wie er op de datum van de voorgestelde ingang van de huurverhoging in de woning wonen. Bij een huurverhoging per 1 juli 2016 is dus bepalend wie er op 1 juli 2016 in de woning wonen. Van hen wordt dan het gezamenlijk inkomen over 2014 meegeteld.
Van inwonende jongeren die op 1 januari 2016 nog niet de leeftijd van 23 jaar hebben bereikt, wordt alleen het inkomen dat het minimumloonniveau 2014 (€ 19.253) overstijgt meegeteld.

Huurovereenkomst
De overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt de andere partij, de huurder, het genot van een zaak te doen hebben, gedurende een bepaalde tijd en tegen een bepaalde prijs.

Huurharmonisatie
Het onderling aanpassen van de huurprijs. Een voorbeeld van Huurharmonisatie is: woningen met een huurprijs boven 75% van de maximum huurprijs krijgen geen huurverhoging; woningen met een huurprijs tussen 65% en 75% van de maximum huurprijs krijgen een huurverhoging ter hoogte van de inflatie; woningen met een huurprijs lager dan 65% van de maximum huurprijs krijgen een huurverhoging ter hoogte van de inflatie plus 1,5%. Hieronder wordt ook verstaan huurstijgingen in het kader van nieuwe verhuringen bij vrijgekomen woningen.

Huurprijstoeslaggrens
Huurders kunnen huurtoeslag aanvragen als hun huur in verhouding tot hun inkomen te hoog is. Huurtoeslag (voorheen huursubsidie) wordt bij de Belastingdienst aangevraagd. Om in aanmerking te komen voor huurtoeslag mag de rekenhuur niet hoger zijn dan liberalisatiegrens . Als de huurder jonger is dan 23, is dit 403,06 per maand (2015), voor 2016 is dit bedrag gesteld op € 409,92 en voor 2017 is dit bedrag gesteld op € 414,02. Een huurtoeslag wordt alleen verstrekt aan de huurder van zelfstandige woonruimte. Of de huurder huurtoeslag krijgt, hangt onder andere af van het inkomen en het vermogen van de huurder (spaargeld en beleggingen). Op het informatieblad huurtoeslag 2017 vindt u alle gegevens op een rijtje. Een huurder met een gezinsinkomen van meer dan € 30.175 (huurtoeslaghuurprijsgrens 2017 voor gezinnen van meerpersoonsouderen) komt niet voor huurtoeslag in aanmerking komen. Het vermogen mag per 1 januari 2017 per persoon in uw huishouden niet hoger zijn dan € 25.000. Dit bedrag is het heffingvrije vermogen. Met een toeslagpartner ligt dit bedrag op € 50.000. Voor personen van 65 jaar en ouder vervalt de eerdere toegekende extra vrijstelling voor vermogen.

Huurbeding
Een regeling in de hypotheekakte die de verhuurder/eigenaar verbiedt om de onroerende zaak te verhuren.

Huurovereenkomst voor onbepaalde tijd
Partijen hebben een aanvangsdatum van de huurperiode (bijvoorbeeld 1 januari 2005) afgesproken, maar geen einddatum bepaald.

Huurovereenkomst voor bepaalde tijd
In de huurovereenkomst is een ontruimingsdatum van het gehuurde overeengekomen.

Huurprijs, wettelijk vastgestelde
De wetgever heeft de mogelijkheid om in te grijpen in de door partijen overeengekomen huurprijs (bijvoorbeeld aanpassing van de aanvangshuurprijs binnen zes maanden na totstandkoming van de huurovereenkomst.

Incassobeding
Een bepaling in de huurovereenkomst, waarin gerechtelijke- en buitengerechtelijke kosten verschuldigd zijn als de huurder nalatig blijft. Vaak worden de kosten gefixeerd op 15% van het te incasseren bedrag. In het algemeen dienen de kosten te worden beperkt tot de redelijke kosten als vermeld in het rapport Voorwerk II. In het rapport Voorwerk II geven de kantonrechters een aanbeveling voor de redelijkheid van de hoogte van incassokosten. Hoe hoger de vordering des te lager het percentage dat als incassokosten als redelijk wordt geacht. De schuldenaar kan de rechter verzoeken de incassokosten te matigen als er hogere bedragen aan incassokosten worden berekend, dan de kosten die op grond van het rapport Voorwerk II als redelijk aangemerkt worden. De rechter kan matiging van de berekende incassokosten ook ambtshalve toepassen. De nieuwe incassowet geeft regels over in rekening te brengen incassokosten ten laste van consumenten en kleine bedrijven zoals eenmanszaken. De wet treedt 1 juli 2012 in werking. In het geval dat de schuldenaar geen consument is, kunnen partijen overeenkomen af te wijken van de wettelijke regeling voor incassokosten.

Indexeringsclausule
Jaarlijkse contractuele huurverhoging die tot doel heeft om het effect van een eventuele inflatie op te heffen.

Ingebrekestelling
Schriftelijke kennisgeving van de schuldeiser dat hij een, op een in die kennisgeving aangeven tijdstip, nakoming van de verplichting van zijn schuldenaar verlangt. Als de schuldenaar hieraan geen gevolg geeft, is hij na het verstrijken van deze termijn in verzuim.

Inkomensafhankelijke verhoging
Huurverhoging 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2014
• 4% (1,5% plus inflatie (2,5 %) voor huishoudinkomens tot € 33.614
• 4,5 % (2,0% (inkomensafhankelijke verhoging) plus inflatie (2,5%) voor middeninkomens (van € 33.614 tot € 43.000));
• 6,5% (4,0% (inkomensafhankelijke verhoging) plus inflatie (2,5%) voor hogere inkomens (boven € 43.000)).

Huurverhoging 1 juli 2014 tot en met 30 juni 2015
de verhogingspercentages zijn hetzelfde als de percentages die golden voor de verhoging op 1 juli 2013
• 4% (1,5% plus inflatie (2,5 %) voor huishoudinkomens tot € 34.085
• 4,5 % (2,0% (inkomensafhankelijke verhoging) plus inflatie (2,5%) voor middeninkomens (van € 34.085 tot € 43.602));
• 6,5% (4,0% (inkomensafhankelijke verhoging) plus inflatie (2,5%) voor hogere inkomens (boven € 43.602)).

zie voor een ondebouwing van deze percentage de circulaire "Huurprijsbeleid voor de periode 1 juli 2014 tot en met 30 juni 2015 van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties"

Huurverhoging 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016
• 2,5% (1% inflatie + 1,5% basisverhoging) voor huishoudinkomens tot € 34.229;
• 3% (1 % inflatie + 1,5% basisverhoging + 0,5% inkomensafhankelijke verhoging) voor middeninkomens (van € 34.229 tot € 43.786);
• 5% (1 % inflatie + 1,5% basisverhoging + 2,5% inkomensafhankelijke verhoging) voor hogere inkomens (boven € 43.786).

Zie voor een onderbouwing van deze percentage de circulaire "Huurprijsbeleid voor de periode 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016 van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties"

Huurverhoging 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017
• 2,1% (0,6% inflatie + 1,5% basisverhoging) voor huishoudinkomens tot € 34.678;
• 2,6% (0,6 % inflatie + 1,5% basisverhoging + 0,5% inkomensafhankelijke verhoging) voor middeninkomens (van € 34.678 tot € 44.360);
• 4,6% (0,6 % inflatie + 1,5% basisverhoging + 2,5% inkomensafhankelijke verhoging) voor hogere inkomens (boven € 44.360).

In de Circulaire Huurprijsbeleid voor de periode 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017. Brief Minister S.A. Blok 16 februari 2016 wordt het huurbeleid over 2016-2017 concreet uitgewerkt.

Voor onzelfstandige woningen (kamers), woonwagens en woonwagenstandplaatsen is de maximale huurverhoging per 1 juli 2016 gelijk aan het inflatiepercentage over 2015 vermeerderd met 1,5 procentpunt, te weten 2,1%.

Inkomensgrens staatssteunregeling woningcorporaties
Het bedrag van € 34.299 (prijspeil januari 2013)
Het bedrag van € 34.678 (prijspeil januari 2014)
Het bedrag van € 34.911 (prijspeil januari 2015)
Het bedrag van € 35.739 (prijspeil januari 2016)

Jurisprudentie
Rechtspraak, rechtsmacht, rechtelijke bevoegdheid, rechtsgebied. De belangrijkste uitspraken worden door de Hoge Raad gedaan.

Kortgeding
Snelle civielrechtelijke procedure die alleen kan worden gevoerd als er spoedeisend belang mee gemoeid is.

Korte duur, overeenkomst
Overeenkomst van korte duur betreft de huur van woonruimte waarvan tussen partijen ondubbelzinnig de bedoeling bestaat deze woonruimte voor slecht een korte periode te verhuren. Voorbeelden zijn vakantie-, of zomerhuisje en bijvoorbeeld een wisselwoning. Op deze overeenkomsten zijn de beschermende bepalingen van het huurrecht niet van toepassing. Dit kan anders zijn als partijen aanvankelijk de bedoeling hadden een overeenkomst voor korte duur aan te gaan, maar de woonduur op een zeker moment ruimschoots de overeengekomen termijn heeft overschreden.

Kracht van gewijsde
De rechtelijke beslissing krijgt kracht van gewijsde wanneer een procespartij zijn rechtsmiddelen (verzet, hoger beroep) tegen een vonnis niet binnen de door de wet gestelde termijn heeft gebruikt.

Liberalisatiegrens
De liberalisatiegrens geeft de scheiding weer tussen sociale woonruimte en vrije sector woonruimte. Voor sociale woonruimte gelden wettelijke regels in verband met huurverhoging en de afrekening van servicekosten. Voor sociale woonruimte geldt aldus huurprijsbescherming. Voor vrije sectorwoonruimte gelden geen specifieke regels voor huurverhoging en de afrekening van servicekosten (behalve de verplichting jaarlijks een specificeerde afrekening naar de huurder te sturen). De liberalisatiegrens wordt vanaf 1 januari 2011 vastgesteld op 1 januari van elk jaar. De huurprijs bij aanvang van de huurovereenkomst is bepalend voor de vraag onder welk huurregime de huurovereenkomst valt. Vanaf 1 januari 2016 wordt de liberalisatiegrens voor drie jaren bevroren. Reden voor deze bevriezing van de liberalisatiegrens wordt geregeld in het wetsvoorstel dat het corporatiestelsel herziet. Deze stelselwijziging wordt na goedkeuring door het parlement vermoedelijk vanaf 1 juli volgend jaar van kracht. Huurovereenkomsten woonruimte tot 1 juli 1989 zijn dus allemaal niet-geliberaliseerd onverschillig welke huurprijs van toepassing was bij aanvang van de huurovereenkomst. Uit artikel 7:247 BW volgt dat onzelfstandige woonruimte onder dezelfde wettelijke regels valt als niet-geliberaliseerd zelfstandige woonruimte.
De liberalisatiegrens beloopt per:

Medehuur
Een andere gebruiker van de woning dan de huurder verwerft zelfstandige rechten die hij ten aanzien van de verhuurder kan inroepen.

Maximum prijzen (tarief) Warmtewet

Het bedrag voor het vastrecht
Het bedrag voor het vastrecht is vastgesteld op € 254 (2014).
Het bedrag voor het vastrecht is vastgesteld op € 281,78 (2015).
Het bedrag voor het vastrecht is vastgesteld op € 276,13 (2016).
Het bedrag voor het vastrecht is vastgesteld op € 299,16 (2017).

De prijs voor het verbruik per gigajoule
De prijs voor het verbruik per gigajoule is vastgesteld op een bedrag van € 24,03 (tarief voor 2014).
De prijs voor het verbruik per gigajoule is vastgesteld op een bedrag van € 22,64 (tarief voor 2015).
De prijs voor het verbruik per gigajoule is vastgesteld op een bedrag van € 22,66 (tarief voor 2016).
De prijs voor het verbruik per gigajoule is vastgesteld op een bedrag van € 22,69 (tarief voor 2017).

Eenmalige aansluitbijdrage
Voor 2014 is de eenmalige aansluitbijdrage vastgesteld op €911,78 (incl. BTW) voor alle nieuwe aansluitingen tot 25 meter op een bestaand warmtenet. Bij een aansluiting boven de 25 meter komt er bovenop dit tarief nog € 31,31 (incl. BTW) euro per meter bij.

Voor 2015 is de eenmalige aansluitbijdrage vastgesteld op €928,01 (incl. BTW) voor alle nieuwe aansluitingen tot 25 meter op een bestaand warmtenet. Bij een aansluiting boven de 25 meter komt er bovenop dit tarief nog € 32,51 (incl. BTW) per meter bij.

Voor 2016 is de eenmalige aansluitbijdrage vastgesteld op €9 62,95 (incl. BTW) voor alle nieuwe aansluitingen tot 25 meter op een bestaand warmtenet. Bij een aansluiting boven de 25 meter komt er bovenop dit tarief nog € 33,87 (incl. BTW) per meter bij.

Voor 2017 is de eenmalige aansluitbijdrage vastgesteld op € 1.011,73 (incl. BTW) voor alle nieuwe aansluitingen tot 25 meter op een bestaand warmtenet. Bij een aansluiting boven de 25 meter komt er bovenop dit tarief nog € 32,27 (incl. BTW) per meter bij.

Het meettarief
Dit tarief is voor 2014 vastgesteld op € 24,54.
Dit tarief is voor 2015 vastgesteld op € 24,78.
Dit tarief is voor 2016 vastgesteld op € 24,97.
Dit tarief is voor 2017 vastgesteld op € 25,02.

Redelijk bedrag voor ter beschikking stellen warmtekostenverdeler
Verder mag een redelijk bedrag voor het ter beschikking stellen van een warmtekostenverdeler in rekening worden gebracht.

Medehuurder, wettelijk
De wet zegt dat een bepaalde categorie personen als medehuurder worden beschouwd (echtgenoten en geregistreerde partners). Door het gehuurde als hoofdverblijf te gebruiken, krijgt deze samenwoner de status van medehuurder. Deze samenwoner verliest deze status weer bij het verplaatsen van het hoofdverblijf uit het gehuurde naar een andere ruimte.

Nietig
Niet rechtsgeldig. De geldigheid heeft van aanvang af ontbroken. Een huurovereenkomst is nietig als zij in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, of de wet (bijvoorbeeld verhuren in strijd met artikel 108 van de Wet op het Primair Onderwijs Noot 0c . De vernietiging kan zowel buiten rechte als door rechtelijke tussenkomst plaatsvinden. Een nietige overeenkomst kan worden geconverteerd in een geldige overeenkomst.

Niet geliberaliseerde woonruimte
Een huurovereenkomst is niet-geliberaliseerd als het gaat om een zelfstandige woonruimte waarvan bij begin van de bewoning een huurprijs gold die onder de toen geldende huurprijsliberalisatiegrens lag. Bovendien moet de huurovereenkomst op of na 1 juli 1994 tot stand zijn gekomen.

Huurovereenkomsten die onder de interim-maatregel vallen zijn niet-geliberaliseerd als er sprake is van reeds bestaande woonruimte, die eerder waren bewoond en die opnieuw gedurende deze interim-periode zijn verhuurd en waarvan de huurprijs boven of onder de huurliberalisatiegrens lag. Onder deze interim-maatregel, van kracht van 1 juli 1989 tot 1 juli 1994, zijn de zelfstandige woningen geliberaliseerd, die voor het eerst op of na 1 juli 1989 werden bewoond en waarvoor bij de aanvang van de bewoning een huurprijs was overeengekomen, die uitsteeg boven de maximale huurprijs waarbij individuele huursubsidie werd toegekend. Dit geldt ook voor woonruimte verbouwde bergingen met een huurprijs boven de liberalisatiegrens (Ktr. Amsterdam 26 augustus 1997, WR 1999, 4).

Nulpuntenlijsten
De door de huurcommissie gehanteerde (nulpunten)lijst van gebreken bestaat uit drie categorieën: lichte (overige) gebreken (lijst C) naar ernstige (lijst B) tot zeer ernstige gebreken (lijst A). Bij elke categorie hoort een bepaald percentage waarmee de huur kan worden verminderd gedurende de periode dat het gebrek zich voordoet.

Objectgebonden huur
Objectgebonden huur betekent dat de huur niet kan worden gewijzigd als de samenstelling van huurders wordt veranderd.

Onderhuur
Onderhuur is de huurovereenkomst tussen de huurder en een derde, waarbij eerstgenoemde als verhuurder optreedt.

Oneigenlijke dienstwoning
Is er geen sprake van een echte of eigenlijke dienstwoning, dan is er sprake van een oneigenlijke dienstwoning.

Ongerechtvaardigde verrijking
De toeneming van vermogen (zonder rechtsgrond) bij de ene die zonder voldoende rechtsgrond ten koste gaat van het vermogen van de ander.

Onroerende aanhorigheid
Voorzieningen die naar hun aard of krachtens overeenkomst deel uitmaken van het gehuurde. In beginsel is aanhorig de voorziening die krachtens de overeenkomst tot het gehuurde behoort, mits de huurder daarvan ook in overwegende mate het feitelijke en exclusieve gebruik heeft.

Onvrije woning
Een woning waarbij de bewoner voor wezenlijke voorzieningen niet afhankelijk is van gemeenschappelijke voorzieningen, maar waarbij verscheidene vertrekken uitkomen op een gemeenschappelijke verkeersruimte.

Ontbinding van huurovereenkomsten
In het algemeen betekent dit dat de huurder tekort is geschoten in nakoming van zijn verplichtingen, waarvan de tekortkoming dermate groot is dat dit beëindiging van de overeenkomst rechtvaardigt. Er hoeft geen opzeggingstermijn in acht worden genomen.

Ontruimingsbeding
Huurder en verhuurder komen in het huurcontract overeen dat de woning op een bepaalde overeengekomen periode (bijvoorbeeld 31 december van een bepaald jaar) zal worden ontruimd.

Ontvangsttheorie
Een verklaring moet om haar werking te hebben, de geadresseerde hebben bereikt.

Onvoorziene omstandigheden
Hieronder moet worden verstaan die omstandigheden die die partijen niet uitdrukkelijk of stilzwijgend in hun overeenkomst hebben verdisconteerd, waarin zij niet hebben voorzien.

Onzelfstandige woning
De woning heeft geen eigen toegang en kan niet worden bewoond zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.

Onverschuldigde betaling
De wet spreekt over onverschuldigde betaling als zonder rechtsgrond een betaling aan een ander is gedaan. Bijvoorbeeld een betaling die abusievelijk naar een verkeerde bankrekening is overgemaakt. Is daar van sprake dan kan dat deze betaling, als onverschuldigd, worden teruggevorderd.

Opschorting huur
Het tijdelijk niet betalen van (een gedeelte van) de huur. Meestal wordt dit middel gebruikt als het gehuurde gebreken heeft en de verhuurder weigert de gebreken te herstellen. Door het opschortingsrecht wordt de betalingsverplichting uitgesteld. Na herstel van de gebreken moeten de opgeschorte bedragen alsnog worden betaald. Opschorting van de huur mag slechts evenredig aan het gebrek plaatsvinden. Opschorting van huur kan in algemene voorwaarden worden uitgesloten, omdat van deze regeling (artikel 6:52 BW) kan worden afgeweken.

Opzeggingsgronden
De in de wet genoemde redenen die kunnen leiden tot beëindiging van de huurovereenkomst. Voor het beëindigingen van een huurovereenkomst door opzegging is een opzeggingstermijn vereist.

Opzegging van een huurovereenkomst
Door opzegging kan de huurovereenkomst worden beëindigd. Deze mogelijkheid kan worden gebruikt als één van de partijen tekortschiet, maar dit hoeft niet. Is vaak noodzakelijk als eerste stap om de huurovereenkomst te laten eindigen. Bij woon- en (winkel)bedrijfsruimte is als formaliteit onder meer een aangetekende brief (of een deurwaarders exploot) voorgeschreven. Er moet een opzeggingstermijn in acht worden genomen.

Oude recht
Het recht dat voor 2003 van toepassing was. Rond augustus 2003 is het huidige recht ingevoerd, waarin veel jurisprudentie is opgenomen dat onder het oude recht was geformuleerd.

Overeenkomst
Een afspraak tussen één of meer partijen met de bedoeling een bepaald (rechts) gevolg in het leven te roepen.

Oplevering
Het gehuurde leeg en ontruimd aan de verhuurder ter beschikking stellen bij het einde van de huurovereenkomst.
Het gehuurde aan de huurder ter beschikking stellen bij aanvang van de huurovereenkomst.

Pachtovereenkomst
Deze overeenkomst wordt niet onder huurovereenkomst begrepen. Zij wordt bij afzonderlijke wet geregeld. Boek 7 Titel 5 BW regelt de overeenkomsten die de strekking hebben een hoeve of los land ter uitoefening van de landbouw in gebruik te geven tegen voldoening van een tegenprestatie.

Proefperiode
De in de wet opgenomen mogelijkheid om met betrekking tot de verhuur van een inwonende kamerhuurder binnen een termijn van 9 maanden te beslissen om deze verhuur te continueren. Bij opzegging binnen deze termijn van 9 maanden wordt de huurder niet beschermd. Na deze periode geniet de huurder wel huurbescherming.

proportionaliteitsbeginsel
De straf moet staan in verhouding tot de overtreding. Men kan bijvoorbeeld niet ontbinding van een huurovereenkomst vorderen als schending van de overeenkomst dit niet rechtvaardigt en als het effect ook met een minder sterk middel kan worden bereikt.

Rapport Voorwerk II
In het rapport Voorwerk II geven de kantonrechters een aanbeveling voor de redelijkheid van de hoogte van incassokosten. Hoe hoger de vordering des te lager het percentage dat als incassokosten als redelijk wordt geacht.

Rechtbanken (Rb)
Rechtbanken beoordelen in hun arrondissement een zaak in eerste aanleg. Huur- en arbeidszaken worden behandeld door de rechtbank, afdeling kantonzaken. Voorts is deze afdeling van de rechtbank bevoegd vorderingen te behandelen tot € 25.000. Voorts worden vorderingen in verband met consumentenkrediet tot een bedrag van € 40.000 in het vervolg door afdeling kantonzaken van de rechtbank. De redactie van artikel 93 RV kan wat betreft de vorderingen verbandhoudende met consumentenkrediet tot verwarring leiden. De grens van € 40.000 wordt echter bepaald door artikel 3 van de Wet op het consumentenkrediet. In deze wet staat dat de regeling van de wet op het consumentenkrediet niet van toepassing is voor krediettransacties, waarbij de kredietsom meer dan € 40.000 bedraagt. Als dat zo is (dus de transactie beloopt een hoger bedrag dan € 40.000), is er dus geen sprake van een krediettransactie als bedoeld in de Wet op het consumentenkrediet en is de sector kanton niet bevoegd een oordeel over het geschil te geven.

Rechtsopvolging onder algemene titel
Opvolging in een geheel vermogen of een evenredig gedeelte daarvan: erfopvolging, boedelmenging. Alle rechten en verplichtingen gaan over op de rechtsopvolger.

Rechtsopvolging onder bijzondere titel
Verkrijging van één of meer bepaalde zaken: overdracht. De verkrijger onder bijzondere titel verkrijgt in principe geen verplichtingen, maar wel de bij de zaak behorende kwalitatieve rechten;

Rechtsverwerking in het kader van verjaring
Door stilzitten verliest een partij het recht om zijn rechten in een procedure af te dwingen. Verjaring van een geldvordering luidt vijf jaar na opeisbaar worden van de vordering. De verhuurder kan de verjaring wel stuiten binnen vijf jaar. Dan begint er weer een verjaringstermijn van vijf jaar te lopen.

Rechtsverwerking in het kader bijzondere omstandigheden
Onder bijzondere omstandigheden kan de schuldeiser binnen een verjaringstermijn zijn vorderingsrecht verliezen. Dat is mogelijk als de verhuurder de indruk wekt geen prijs nakoming te stellen. Bijvoorbeeld: de verhuurder stuurt een eindafrekening vier jaar na het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft (een verhuurder dient de rekening binnen een termijn van een half jaar na het boekjaar aan de huurder kenbaar te maken). Een ander voorbeeld: de verhuurder stelt de huurder schriftelijk ervan op de hoogte binnen korte termijn in een procedure te starten. Als de verhuurder dan pas na bijvoorbeeld anderhalf jaar later een procedure start, dan is het heel denkbeeldig dat de verhuurder zijn vorderingsrechten heeft verwerkt, als de huurder daardoor is benadeeld.

Reconventie
De tegenvordering die een partij in kan stellen als hij door een ander partij in een procedure wordt betrokken.

Reële Executie
Een partij kan gehouden zijn om iets te doen. Bijvoorbeeld: een goed leveren. Als deze partij nalaat het goed te leveren, dan kan aan de rechter machtiging worden gevraagd om die levering te bewerkstelligen. Als de rechter deze machtiging geeft, dan kan de deurwaarder op verzoek van de eisende partij in het kader van deze machtiging het goed halen bij de nalatige partij en brengen naar de partij die recht heeft op levering.

Regelend recht
De wet heeft een regel voor een bepaalde situatie bedacht, maar partijen hebben de vrijheid om hiervan af te wijken. De wetgever vindt de gegeven oplossing het rechtvaardigst bij afwezigheid van en afwijkend beding

Regres
Het verhalen van een schuld op een ander, die ook voor deze schuld aansprakelijk was.

Relatieve competentie
Gaat over de regel welke rechtbank is bevoegd. Voor huurzaken is de rechtbank, civiele afdeling, kantonzaken, in welke gebied het gehuurde is gelegen. Volgens artikel 103 RV van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is de sector kanton bevoegd over een zaak te oordelen als de gehuurde zaak in haar rayon gelegen is. Als een gehuurde zaak bijvoorbeeld in Maassluis gelegen is, dan is de rechtbank Rotterdam, civiele afdeling, kantonzaken, locatie Rotterdam bevoegd over deze zaak een oordeel te geven. Dit is een belangrijke afwijking van de regel dat de rechtbank van de plaats van de gedaagde partij is bevoegd een oordeel over de zaak te geven.
De hoofdregel is dat een gedaagde partij wordt gedagvaard voor de rechtbank in het arrondissement waarbinnen deze gedaagde woont. Een verhuurder die een woning verhuurt in Maassluis, maar in Groningen woont, zou volgens die zienswijze gedagvaard moeten worden voor de rechtbank, civiele afdeling, kantonzaken, te Groningen. De wetgever heeft dit onwenselijk geacht, omdat de huurder veelal de zwakkere partij is en een huurder door de afstand afgeschrikt zou kunnen worden om een procedure tegen de verhuurder te voeren. De wetgever heeft er daarom voor gekozen om in huurzaken de rechtbank, civiele afdeling, kantonzaken, bevoegd te maken, waarin het gehuurde is gelegen.
De wet staat niet toe dat er bij het aangaan van de huurovereenkomst een bepaalde (de verhuurder welgelegen) rechtbank wordt aangewezen. Als in het huurcontract staat aangewezen dat de rechtbank Maatricht, civiele afdeling, kantonzaken, is bevoegd voor geschillen in verband met onroerende zaken die in Schiedam zijn gelegen, dan is dit geen geldig beding. Partijen kunnen een dergelijk beding wel overeenkomen, nadat het geschil is gerezen.

Renovatie
Wijziging aan het gehuurde dat geriefsverbetering met zich mee brengt. Herstel van gebreken wordt niet als renovatie aangemerkt.

Retentierecht
Het recht van retentie kan worden omschreven als het recht om eigendommen van anderen onder zich te houden tot dat de ander aan zijn verplichtingen heeft voldaan. De garagehouder die niet wordt betaald, kan weigeren de gerepareerde auto aan de eigenaar af te geven. De huurder die recht heeft op betaling van een bedrag door de verhuurder (bijvoorbeeld in het kader van huurverlaging wegens gebreken aan het gehuurde) kan bij het einde van de overeenkomst het gehuurde onder zich houden, tot dat de vordering is betaald. Dat geldt niet voor terugbetaling van de waarborgsom. De verhuurder heeft doorgaans een (contractueel overeengekomen) termijn van drie maanden na het einde van de huurovereenkomst om de waarborgsom terug te betalen.

Semi-dwingend recht
Partijen mogen van de wettelijke regels afwijkende als dit in het voordeel van de huurder is.

Servicekosten
Servicekosten zijn alle kosten die op grond van de huurovereenkomst (partijen zijn levering van deze diensten overeengekomen) bovenop de kale huurprijs aan de huurder in rekening mogen worden gebracht en die betrekking hebben op leveringen en diensten vanwege de verhuurder (de meest voorkomende posten zijn gas, water, licht cai, vervangen lampen in gemeenschappelijke ruimte, energie lift).

Stuiten van verjaring
Het versturen van een schriftelijke aanmaning of het instellen van een rechtsvordering binnen de wet gestelde termijn. Door de stuiting begint een nieuwe termijn te lopen.

Subjectgebonden huur
Subjectgebonden wil zeggen: gebonden aan de persoon. Als de huurder vertrekt, dan kan de verhuurder aan de nieuwe huurder een hogere huurprijs vragen, ook als er een eerdere verhoging heeft plaatsgevonden binnen een termijn van twaalf maanden.

Terme de grâce
De rechter heeft in het kader van de opzegging en/of ontbinding van de overeenkomst nog officieel de mogelijkheid om de huurder een termijn van een maand te geven om zijn verplichtingen alsnog na te komen. Dit is een vervaltermijn. Bij niet nakoming binnen gestelde termijn verspeelt men de rechten om alsnog te mogen presteren.

Termijnen van opzegging voor woonruimte
Voor de huurder een maand;
Voor de verhuurder minimaal 3 maanden, maximaal 6 maanden. Voor elk jaar dat de huurder in de woning woont wordt de termijn van opzegging verlengd met een maand tot maximaal 6 maanden.

Terugwerkende kracht
De werking van een rechtshandeling wordt te niet gedaan vanaf aanvang van de overeenkomst. Alle met deze overeenkomsten verbandhoudende overeenkomsten wordt ook werking ontzegd.

Tweede kans beleid
Het bieden van een tweede (meestal laatste) mogelijkheid om zich als een goed huurder te gedragen in een andere woning van dezelfde (of een andere samenwerkende) woningbouwvereniging.

Tussentijdse-opzeggings-clausule
Clausule in het huurcontract waardoor partijen onder bepaalde omstandigheden de mogelijkheid hebben om de huur op te kunnen zeggen. Deze clausule is van belang bij huurovereenkomsten die voor bepaalde tijd zijn gesloten. Deze clausule is dan bedoeld om onvoorziene omstandigheden op te vangen.

Uitvoerbaar bij voorraad
Het vonnis kan ten uitvoer worden gelegd, ook als er nog rechtsmiddelen (verzet, hoger beroep) open staan. Bijvoorbeeld een ontruimingsvonnis. Als een ontruimingsvonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard mag de woning door de verhuurder toch worden ontruimd, ondanks de mogelijkheid van het instellen van hoger beroep door de huurder. De verhuurder loopt wel de kans dat hij onrechtmatig heeft gehandeld op het moment dat de rechter in hoger beroep het ontruimingsvonnis ongeldig verklaard.

Verhuiskostenvergoeding zelfstandige woonruimte
In het kader van de huurbeëindiging ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW geldt voor zelfstandige woningen, woonwagens en standplaatsen op grond van artikel 7:275 lid 3 BW met ingang van 28 februari 2015 een minimumbijdrage van € 5.857. Verhuisde de huurder in de periode 1 maart 2014 - 27 februari 2015, dan is de minimumvergoeding € 5.799. Voor de periode 1 maart 2013 - 1 maart 2014 is de minimumbijdrage voor de verhuiskostenvergoeding € 5.658.

Verjaring
Er zijn twee soorten verjaring: acquisitieve (verkrijgende) verjaring en extinctieve (bevrijdende) verjaring.
De algemene verjaringstermijn bedraagt vijf jaren (bijvoorbeeld verhuurder verliest zijn vorderingsrecht tot vordering van huur na vijf jaar als de verjaring niet is gestuit.
Voorbeeld van bevrijdende verjaring: tenietgaan van rechtsvorderingen. Een verhuurder kan na vijf jaar niet de onbetaalde huur vorderen, tenzij de verjaring is gestuit.
Voorbeeld van verkrijgende verjaring: onroerende zaak als men te goeder trouw meer dan tien jaar het onafgebroken bezit heeft. De termijn voor het geval men te kwader trouw is twintig jaren.

Vernietiging
Dit betekent dat er een rechtsgeldige regeling is ontstaan tot het moment dat de bepaling wordt vernietigd. De vernietiging heeft terugwerkende kracht, zodat de rechtshandeling achteraf wordt geacht nooit te hebben bestaan. Als er bijvoorbeeld op grond van een vernietigde rechtshandeling een vordering is voldaan, dan zal het betaalde bedrag door de ontvanger op grond van een onverschuldigde betaling terug moeten worden betaald.

Verrekening
Een bijzondere vorm van nakoming van een verbintenis. Hiervoor is nodig dat twee partijen jegens elkaar tot gelijksoortige prestaties zijn verplicht. Bijvoorbeeld herstelkosten door schade aan het gehuurde en de door de huurder verschuldigde huur.

Verstek Vonnis
Wanneer er gedurende een procedure geen conclusie van antwoord wordt ingenomen, de gedaagde niet verschijnt, en er zijn ook geen verhindering doorgegeven of er is uitstel verleend, of wanneer er een procureur moet worden ingeschakeld en dit niet is gebeurd, dan zal de rechter verstek verlenen. Dit houdt doorgaans in dat de eis van de eiser volledig wordt toegewezen, tenzij een deel van eis door de rechter onrechtmatig wordt beoordeeld (bijvoorbeeld exorbitant hoge incassokosten worden zelfs bij verstek vaak door de rechter gematigd. Nadat verstek is verleend zal de rechter een verstekvonnis uitspreken.

Verval (termijn)
Bepaalde vorderingen kunnen na een korte door de wet bepaalde periode vervallen. Bijvoorbeeld de vordering tot medehuurderschap door de samenwoner na overlijden van de huurder.

Verzet
Als men is veroordeeld zonder dat men verweer heeft kunnen voeren, dan is verzet tegen het vonnis mogelijk. Verzet moet worden gedaan binnen vier weken na betekening van het vonnis of een daarmee gelijk te stellen akte aan gedaagde in persoon, of het plegen door gedaagde van enige daad, waaruit blijkt dat het vonnis of de tenuitvoerlegging hem bekend is.

Verzorgingsovereenkomst
In deze overeenkomst wordt veelal de bewoning als de verzorging geregeld. Als het verzorgingselement overheerst is er geen sprake van een huurovereenkomst en zijn de beschermende bepalingen van het huurrecht niet van toepassing.

Verzuim
Een situatie waarin een nalatige partij zich bevindt nadat hij in gebreke is gesteld en een termijn is gegund om te presteren, maar de prestatie niet heeft verricht binnen de gestelde termijn.

Verzuim van rechtswege
De schuldenaar komt in toestand van verzuim zonder dat er een ingebrekestelling is verstuurd. Is bijvoorbeeld het geval als de schuldenaar ondubbelzinnig te kennen heeft gegeven niet na te kunnen of willen komen.

Volmacht
Is de bevoegdheid die de volmachtgever verleent aan de ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten. Er is sprake van onmiddellijke vertegenwoordiging als de gevolmachtigde handelt in naam- en voor rekening van de achterman. De volmachtgever wordt dan partij en de gevolmachtigde valt er tussen uit. Middellijke vertegenwoordiging: de gevolmachtigde handelt in eigen naam. De gevolmachtigde wordt dan partij.

Vonnis, condemnatoir
Dit vonnis is een veroordelend vonnis.

Vonnis, constitutief vonnis
Het vonnis beëindigt een bepaalde rechtstoestand, wijzigt een rechtstoestand, of roept een bepaalde rechtstoestand op.

Vonnis, declaratoir
Dit vonnis stelt een bepaalde rechtstoestand vast.

Vonnis, expeditie
Een authentiek afschrift van de minuut zonder executoriale kracht (als er niets vat te executeren)

Vonnis, grosse van vonnis
Partijen ontvangen een grosse van het vonnis. De grosse is een authentiek afschrift van het vonnis in executoriale vorm opgemaakt. Boven dit vonnis staat "in naam der Koningin". Zonder grosse kan het vonnis niet worden geëxecuteerd.

Vonnis, minuut van vonnis
De minuut van het vonnis is het originele vonnis dat bij de griffie blijft rusten.

Wachttijd
Een periode waarbinnen de partijen een afkoelperiode inacht moeten nemen.
Binnen deze periode kan de verhuurder de zaak niet aan de rechter voorleggen.

Wederkerige overeenkomst
Overeenkomst waaruit voor ieder der partijen een verplichting voortvloeit. Voor het huurrecht betekent dit dat de verhuurder het rustig huurgenot van ter beschikking gestelde zaken dient te verstrekken, terwijl daar huurbetaling van de huurder tegenover staat.

Wegbreekrecht
Bij het einde van de huurovereenkomst heeft de huurder het recht om zelf aangebrachte voorzieningen weg te breken en mee te nemen, mits dit gedaan wordt zonder beschadiging van de zaak.

Wettelijke huurprijs
Partijen hebben niet de vrijheid om de huurprijs te bepalen. De wet legt haar normen op (bijvoorbeeld prijs voor onbewoonbaar verklaarde woning en de prijs van de service kosten).

Woningwaarderingsstelsel
Waardering van een woning op basis van punten. Het puntensysteem geeft de kwaliteit van een huurwoning in punten weer. Het puntensysteem heet ook wel het woningwaarderingsstelsel. Elk onderdeel van de woning, zoals oppervlakte en isolatie, krijgt punten. Bij elkaar opgeteld, leveren de punten een maximale huurprijs op. Deze wordt elk jaar opnieuw vastgesteld.

Woonruimte
een gebouwde onroerende zaak voor zover deze als zelfstandige dan wel niet zelfstandige woning is verhuurd, dan wel een woonwagen of een standplaats, alsmede de onroerende aanhorigheden.

Woonvergunning
In veel gemeenten is voor woningen benden een bepaalde koop- of huurprijs een woonvergunning vereist. De reden hiervan is om een gelijkmatige spreiding van de bevolking te verkrijgen.

WOZ-waarde
In De WOZ-waarde is de waarde van de woning volgens Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). De WOZ-waarde wordt elke vier jaar door de gemeente vastgesteld.

Zelfstandige woning
De woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.